Sat Oct 19 2019

10 19

ErP in de praktijk

06/10/2015

Door Liam van Koert

Begin dit jaar deed Europa er weer een energiezuinig schepje bovenop. Want hoewel de ErP-richtlijn al sinds 2009 van kracht is, staat de industrie vooral op het gebied van elektromotoren nog heel wat te wachten. Wat precies? Voor veel gebruikers is het een klok en klepel verhaal. Om praktische handvaten te bieden publiceerde Eaton diverse whitepapers.


     

Onlangs maakte de Amerikaanse Energy Information Administration enkele indrukwekkende berekeningen over wereldwijd energieverbruik. Dit komt voor 2014 neer op circa 15.000 miljard kWh en zal in 2035 zal oplopen naar 21.650 miljard kWh. Maar liefst 40 procent hiervan komt voor rekening van elektromotoren: ongeveer 6000 miljard kWh.

Besparingspotentieel
De deskundigen berekenen tevens dat het energieverbruik van motorsystemen met 20 tot 30 procent omlaag kan. Kortom: het besparingspotentieel is gigantisch. Zoomen we in op de industrie, dan gaan de percentages alleen maar omhoog. Hier zijn elektromotorsystemen – dus pompen, ventilatoren en compressoren - goed voor 70 procent van het elektriciteitsverbruik.
Afhankelijk van hoe slim de aandrijfketen wordt gekozen, kan het verbruik met 5 tot 50 procent omlaag als voor energiezuinigere motoren wordt gekozen. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee. Want hoewel duurder in aanschaf, blijkt de terugverdientijd van deze motoren ergens tussen een schappelijke 1 tot 5 jaar te liggen. Toch is dit niet voor elke fabrikant reden om spontaan naar een zuiniger alternatief over te stappen. De ErP-richtlijn biedt daarom een dwingend duwtje in de rug.

Steeds strenger tot 2018
Zoals gezegd, zijn vanaf 2015 de EU-eisen verder aangescherpt. Zo moeten sinds 1 januari alle motoren met vermogens van 7,5 kW tot 375 kW minimaal voldoen aan IE3 of IE2, maar dan wel inclusief een frequentieomvormer. Vanaf 2017 wordt hier de categorie motoren met vermogens van 0,75 tot 5,5 kW aan toegevoegd. In 2018 gaat de laatste fase in: kleine eenfase- en driefasen motoren (120 – 750 W) moeten dan tenminste klasse IE2 hebben. De grotere laagspanningsmotoren (375 kW – 1000 kW en < 1000 V) moeten vanaf dat jaar tenminste klasse IE3 hebben. Dit geldt dan eveneens voor grote middenspanningsmotoren in hetzelfde vermogensbereik, alsmede voor permanentmagneetmotoren, synchroon reluctantiemotoren, Ex-motoren en remmotoren.

De juiste regelaar
Maken al deze nieuwe motoren de wereld zuiniger? Natuurlijk. Maar niet alleen. Een systeem is zo zuinig als de zwakste schakel en wil je een motor optimaal laten werken dan is ook het kiezen van de juiste regelaar belangrijk. Kort door de bocht zou je kunnen stellen dat softstarters een energiezuinige boost zijn voor applicaties met een vast toerental, waarbij bovendien niet al te vaak geschakeld wordt. De frequentieregelaar is een betere keuze voor variabele toerentallen en variabele motorlasten.  Ook zijn er tegenwoordig producten prijs en regelfuncties hier netjes tussenin passen. 

Systeembenadering
Tot slot is het belangrijk je te realiseren dat  je er ook met het selecteren van de juiste componenten nog niet bent. Eenmaal aangeschaft kan je deze niet lukraak aan elkaar knopen. Wie echt energiezuinig wil zijn en bovendien kosten wil besparen zal nog een stapje verder moeten uitzoomen en alle processen als een heel systeem moeten bekijken.  Hoe komen alle componenten het beste tot hun recht en hoe zorgen we voor optimale processen? Om dat in detail te bespreken gaat in dit blog wat ver. Gelukkig is er wel een whitepaper dat dit doet. ‘Succesvolle implementatie van de Richtlijn energiegerelateerde producten (ErP-richtlijn)”. Wie wil weten welke regelaar waarom het beste voor een bepaalde toepassing tot zijn recht komt, doet er goed aan hem eens te bestuderen.